© Unsplash

Groei is overal
Hoe spreken we vandaag over christelijke ethiek wanneer jonge mensen opnieuw op zoek gaan naar houvast? Bert Jacobs vroeg zich in zijn opinie van vorige week af of groei-ethiek daarop nog een antwoord kan bieden. Roger Burggraeve, Ilse Cornu en Didier Pollefeyt, theologisch ethici aan de KU Leuven, verduidelijken in een reactie dat het groei-ethische model jongeren wel degelijk kan ondersteunen.

Bert Jacobs stelt in zijn bijdrage ‘Van groei-ethiek naar een afdaal-ethiek van de barmhartigheid’ de juiste vraag. Hoe gaan we op weg met jonge gelovigen die, voorbij de relationele en seksuele liberalisering, opnieuw houvast zoeken in duidelijke ethische ankers? Dat hij daarvoor de logica van de menswording aanreikt — God die eerst afdaalt naar de mens — is theologisch raak en pastoraal vruchtbaar. We lezen zijn tekst dan ook graag als een verrijking van ons vocabularium. Tegelijkertijd menen we dat wat hij als correctie voorstelt, in werkelijkheid het grondbeginsel is van de groei-ethische benadering.

Geen concessiemodel
In Jacobs’ voorstelling functioneert de groei-ethiek impliciet als een verzachtende regeling voor wie de norm niet haalt: men erkent het ‘kleinere goede’ bij wie het volle goede niet bereikt. Dat is een reductie. Vanaf het ontstaan van de christelijk geïnspireerde groei-ethiek, in het spoor van het Tweede Vaticaans Concilie, hebben wij een normatief perspectief gehanteerd: het doelgebod (Zielgebot) van een vrije en geweldloze, exclusieve en duurzame verbondsliefde, waarvan de seksuele intimiteit de uitdrukking en de voltooiing is. 

Groei zonder perspectief is wildgroei. De groei-ethische benadering daarentegen heeft steeds een kwalitatieve horizon voor ogen. Wie dit soort dynamische groei benadrukt, relativeert het doel niet — hij veronderstelt het expliciet.

Decennialang kreeg de groei-ethische visie te horen dat ze te normatief was. Nu zou ze te weinig normatief zijn. Dat mag een geruststelling heten: blijkbaar is de groei-ethiek nooit een van beide geweest.

“De groei-ethiek beweegt niet van boven naar beneden, maar van binnenuit naar buiten.”

Jacobs plaatst de waarschuwing van Johannes Paulus II tegen de ‘geleidelijkheid van de wet’ vlak na zijn beschrijving van de groei-ethiek, waardoor onbedoeld een schaduw blijft hangen. Maar de groei-ethiek heeft nooit beweerd dat de wet meegroeit met de omstandigheden. Ze beweert dat de persoon in zijn ethische, relationele en spirituele mogelijkheden kan groeien. Dat is precies het onderscheid dat Familiaris Consortio 34 maakt en dat paus Franciscus in Amoris Laetitia heeft hernomen. 

Tegelijk heeft de groei-ethiek de verwoording van de wet vanuit de personalistische fenomenologie verrijkt en beter herkenbaar gemaakt: ze legt de nadruk op onze geleefde ervaring, onze relationele wezensaard en onze historische dimensie, waardoor we levenslang, ook ethisch en spiritueel, onderweg zijn.

Groei-ethiek ís een afdaal-ethiek
De kern van de zaak ligt elders. Met onze groei-ethische benadering hebben wij vanaf het begin gezocht om het menselijk wenselijke van de verbondsliefde niet als een externe wet en in doctrinaire taal te vertolken, maar als een antropologische dynamiek die de intieme liefde van binnenuit benadert.

We volgen daarbij de logica van de menswording en vertalen die ethisch: de norm niet van bovenaf opleggen en nadien vanaf dat punt barmhartig afdalen, maar de norm herkennen ín het verlangen van de mens zelf. Dat verlangen reikt verder dan een egocentrische, hedonistische behoefte en mogen wij als christenen begrijpen als het spoor van ons geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis.

Daarmee raken we aan een delicater punt. De metafoor van het afdalen draagt de bijklank die Jacobs zelf terecht wil vermijden. Wie afdaalt, stond eerst boven. De beweging blijft er één van hoog naar laag, hoe barmhartig ook. 

De groei-ethiek beweegt niet van boven naar beneden, maar van binnenuit naar buiten. Zij vertrekt niet bij ons oordeel over de situatie van de ander, maar bij wat in die ander al aan liefde, trouw en zelfgave – hét richtsnoer en ultieme perspectief – werkzaam is. Dat is geen mildere versie van de norm. Dat is de enige plaats waar de norm werkelijk kan worden verstaan: volgens het christelijk geloof is ons hart immers de plek waar de norm geschreven staat.

Ook wie kiest, is onderweg
In de afdaalfiguur zit nog een tweede vooronderstelling: wie voor het ideaal kiest, is er in zekere zin al; het afdalen is bestemd voor de anderen. Dat is pastoraal riskant en theologisch onjuist. 

Groei is overal. Ook het gehuwde paar dat de katholieke visie van harte omarmt, stapt in een het leerproces van wederkerigheid, gelijkwaardigheid en duurzame trouw. Ook daar moet de liefde nog worden waargemaakt, dag na dag, met vallen en opstaan. Wie meent te staan, zegt Paulus, zie toe dat hij niet valt (1 Kor. 10,12).

“Wie tegen instrumentalisering enkel een verbod plaatst, blijft binnen dezelfde logica van beheersing.”

Juist hier heeft de groei-ethiek deze jonge gelovigen iets te bieden, en niet alleen iets te verdedigen. Een norm die wordt losgemaakt van haar zinperspectief verwordt tot een koude, onbarmhartige wet. En een wet zonder verlangen produceert scrupulositeit, schuldgevoel en de neiging om de zonden van anderen te tellen. Die geschiedenis kennen wij in de Kerk meer dan voldoende, met alle wonden van dien. 

De groei-ethiek behoedt ook deze jongeren voor een rigorisme dat hun eigen groei en zo ook hun levensgeluk en liefdesbekwaamheid blokkeert.

Voorbij de preventie
Jacobs’ cultuuranalyse delen we. De jongste generaties groeien op met breukervaringen, met een sterk gecommercialiseerde seksualiteit, met alomtegenwoordige pornografie en met een lichaamsbeeld onder druk. Objectivering is voor hen geen thema, maar een pijnlijke ervaring. 

Precies daarom volstaat het louter herhalen van de norm niet. Wie tegen instrumentalisering enkel een verbod plaatst, blijft binnen dezelfde logica van beheersing: het gedrag van buitenaf controleren en proberen te reguleren. 

In deze gefragmenteerde cultuur ervaren jongeren een diepe nood aan houvast; zonder helder kompas dreigen zij stuurloos te raken. Wat werkelijk weerwerk biedt, is daarom een duidelijke en herkenbare vertolking van de innerlijke waarden die richting geven aan het leven en aan de liefde. 

Dat is een weg die het diep menselijke verlangen ernstig neemt: voorbij de noodzakelijke preventie-ethiek van de ‘safe sex’ naar het perspectief van een zinvolle en ‘zin-rijke’ seksualiteit, gedragen door gelijkwaardigheid en wederkerigheid als fundamenten, en opgeroepen tot ‘sustainable love’ in waarachtigheid en trouw.​​​​         

Jonge gelovigen die dit ideaal ernstig nemen, verdienen inderdaad geen wantrouwen maar waardering. Zij verdienen niet alleen bevestiging, maar ook een uitdagende weg, met een duidelijk perspectief én ondersteunende tochtgenoten. En die weg loopt voor ieder van ons in dezelfde richting, vanuit dezelfde armoede en dezelfde nood aan Gods barmhartigheid. 

Niet omdat wij afdalen naar elkaar, maar omdat God is afgedaald naar ons allen om ons op te tillen in zijn Liefde. 

Voor een actualisering: de tien Burginas bites over ‘Vriendschap en liefde’ op de THOMAS-website (KU Leuven), vanaf september 2026 gebundeld en geactualiseerd beschikbaar voor godsdienstleerkrachten, opvoeders en pastores.

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Verder lezen?

Log in op jouw Tertio account en lees meteen verder

Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!

Lees ook...

Inloggen

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig jouw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.

Sluiten

Tertio nieuwsbrief

Interessant artikel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van al onze nieuwste bijdragen, evenementen en aanbiedingen.