© rr

Memoires en perspectieven van een chirurg zonder grenzen
Vlaanderen staat erom bekend dat je je vooral niet boven het maaiveld mag uitsteken, want dan wordt je hoofd afgemaaid. Je kunt je dus maar beter stil houden en niet opvallen. Réginald Moreels, de chirurg zonder grenzen, is een sprekend, schrijvend en vooral handelend voorbeeld van iemand die geen rekening houdt met dit spreekwoord.

In het januarinummer van Tertio over geloof en democratie stelde hij onomwonden: “Niets ergers voor de democratie dan massadenken, het kritiekloos volgen wat je voorgekauwd wordt. Ik zou graag nog een boek maken waarin ik mijn levenservaringen kan aanwenden om de jeugd wat kritischer te maken”. Slechts enkele maanden later ligt alweer een nieuw boek van de onvermoeibare duizendpoot in de boekhandel: Het was mijn verdomde plicht. Niet zomaar één onder zijn vele schrijfsels: deze keer heeft Moreels zijn memoires neergeschreven.

Herinneringen voor de toekomst 
Op de weg naar Beni in Oost- Congo, waar hij sinds 2014 gratis chirurgische zorg verleent, “geïnspireerd door die grandioze natuur om me heen”, besluit de arts en gewezen politicus te schrijven aan “het laatste boek dat je alleen kunt neerpennen als de dood schijnt te naderen.” Met deze “terugblik omwille van de toekomst” wil hij dat zijn getuigenissen “stof nadenken geven aan jongere generaties.”  

In het laatste hoofdstuk formuleert hij dan ook een reeks toekomstscenario’s, vragen en perspectieven ter reflectie voor “de jongere generaties die na mij zullen boomen”. De op 4 december 1949 in Gent geboren Moreels blikt in ruim 300 vlot geschreven pagina’s terug op zijn leven, van zijn jeugd tot vandaag. Op die levensweg zijn “bepaalde etappes als kruiswegstaties, andere kleine herbergen van geluk”.

Zijn vader, oud-leerling van het jezuïetencollege Sint -Barbara in Gent – ook Moreels is een “barbarist” – stierf jong. Zijn moeder moest als weduwe de eindjes aan elkaar knopen. Moreels besloot al vroeg “de handen uit de mouwen te steken”. Hij combineerde werk met studie en werd zo een kind van de mei ’68-generatie. De vandaag fragiel ogende zeventiger schrijft met nostalgie over die periode, maar blijft tegelijk strijdbaar: “Ik word nog altijd even opstandig wanneer ik geconfronteerd word met ongelijkheid en onrechtvaardigheid, zowel tegenover mens als natuur.”

Arts en politicus
Dat de auteur een chirurg is – “geneeskunde, mijn leven”- blijkt uit het omvangrijke derde hoofdstuk. Hij heeft “de doktersjas volledig omarmd, het enige deken dat mijn turbulente bestaan heeft verwarmd”. Als kind droomde hij ervan arts te worden. “Uiteindelijk ben ik geen jezuïet geworden, maar koos ik voor geneeskunde omdat je met dat beroep mensen kunt helpen leven.” 

Tijdens zijn stage in Parijs maakte hij kennis met Artsen Zonder Grenzen, waarvan hij mee aan de wieg stond van de Belgische afdeling. Hij pleit voor “efficiënt altruïsme in de gezondheidszorg: er is genoeg geld om iedereen kwaliteitsvolle zorg te bieden”. 

Doorheen de jaren werkte hij als oorlogschirurg in conflictgebieden wereldwijd. “Je kunt je niet vaccineren tegen geweld en miserie”, schrijft hij. Toch blijft hij zich een “vredesactivist” noemen, trouw aan de eed van Hippocrates: genezen zonder discriminatie. 

“Zijn memoires zijn geen verhaal van een rimpelloos leven, maar van strijd, engagement en trouw”

Ook politiek engagement bleef niet uit: in de jaren ’90 was hij minister van Ontwikkelingssamenwerking. Zelf is hij kritisch: “Ik heb de echte politiek niet overleefd.” Hij leerde dat de compromisloze logica van de chirurgie moeilijk te verzoenen valt met politiek bestuur.

Moreels pleit consequent voor een inclusieve samenleving die zich het lot van anderen aantrekt, voor vrede, gastvrijheid en rechtvaardigheid. Mensen die succesvol zijn, dragen volgens hem verantwoordelijkheid voor wie het moeilijk heeft.

Ora et labora
Als levensbeschouwelijke twijfelaar kiest hij bewust voor de navolging van Jezus Christus. Zijn niet-aflatende inzet (‘labora’) combineert hij met momenten van stilte en gebed (‘ora’). Zo vindt hij rust in onder meer de Sint-Andriesabdij Zevenkerken en de Abdij van Chevetogne, waar hij reflecteert en schrijft. 

Zelfs daar blijft hij betrokken bij maatschappelijke discussies, bijvoorbeeld over ethische kwesties en onrecht wereldwijd. Als wereldburger reflecteert hij ook over filosofie, personalisme en antropologie: “Een mens wordt meer mens in relatie tot de andere mens.”

Dankbaarheid
Dankbaarheid loopt als een rode draad door het boek. Moreels denkt aan “degenen die me hebben toegestaan mijn levenslied te brengen”: zijn ouders, zijn vrouw Françoise, hun vier kinderen en zeven kleinkinderen. 

Zijn memoires zijn geen verhaal van een rimpelloos leven, maar van strijd, engagement en trouw aan wat hij zijn “verdomde plicht” noemt. Dat is meteen de kern van zijn boodschap: elke mens verdient gelijke zorg en waardigheid – “van terrorist tot manager, van gevangene tot burger, van mens tot mens zonder papieren”. 

De dag na de effectieve oorlogsverklaring van Israël en de Verenigde Staten aan Iran stelde hij zijn boek voor. In die context gelezen, wordt deze autobiografie des te indringender. 

Dit boek is meer dan een levensverhaal: het is een kompas in barre tijden. Moreels daagt uit tot introspectie en engagement. Of, zoals Thomas More het verwoordde: “A work to do.” Onze verdomde plicht doen.

Reginald Moreels, Het was mijn verdomde plicht, Lannoo, Tielt, 2026, 336 blz. 

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Verder lezen?

Log in op uw Tertio account en lees meteen verder

Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!

Lees ook...

Inloggen

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig uw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.

Sluiten

Tertio nieuwsbrief

Interessant artikel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van al onze nieuwste bijdragen, evenementen en aanbiedingen.