“Haïtianen belichamen wondermooi de menselijke veerkracht.” © rr

“Na dood en verwoesting bloeit jong leven”
“Het natuurgeweld dat verwoestend en dodelijk heeft toegeslagen onder de Haïtiaanse bevolking krijgt niet het laatste woord”, stelt Rick Frechette. Als national director van de internationale hulporganisatie Onze Kleine Weeskinderen ziet deze passionist overal jong leven opbloeien, in een rijke voedingsbodem vol geloof en veerkracht.

“De zware aardbeving die mijn tweede thuisland Haïti in januari 2010 trof, vond ik het equivalent van een oorlog. Het natuurgeweld bezat de vernietigende kracht van bommen. Ook ons geavanceerde kinderziekenhuis Saint Damien met afdelingen neonatologie en oncologie verloor talrijke medewerkers en vrijwilligers. Buitenlandse artsen vervingen gelukkig sommige stafleden die hun familie zochten onder het puin. Snel ontpopten we ons tot een voorpost bij de crisisopvang. Drie maanden lang stroomden slachtoffers toe die verstoken bleven van de meest elementaire medische zorg. Later volgde nog een stoet burgers met infecties. Tot bovenmaat van ramp brak cholera uit. Handboeken geneeskunde hadden me wel theoretisch voorbereid op die vreselijke ziekte, maar de praktijk bleek weerbarstiger. Zo dienden we onder anderen psychiatrische patiënten met cholera te behandelen, die in het infuus een aanvalswapen zagen. Geen sinecure. Naast alle medische interventies boden we zo veel mogelijk overlevenden opnieuw een onderkomen. Aanvankelijk in tenten of zeecontainers waarin we openingen zaagden en geïmproviseerde slaapplaatsen installeerden. Snel bouwden we evenwel echte huizen. Waardig onderdak blijft een mensenrecht.

Schokgolf door organisatie
Ook financieel joeg de ramp een schokgolf door onze organisatie. Sinds ik er eind jaren tachtig een eerste weeshuis oprichtte, kende de Haitïaanse tak van Onze Kleine Weeskinderen consequent organische groei. Stap voor stap bouwde ons team kinderdorpen, al dan niet mobiele ziekenhuizen, revalidatiecentra en scholen. De aardbeving dwong ons evenwel het globale jaarbudget voor al die initiatieven versneld en gevoelig te verhogen. Tijdens de eerste twee jaren na de ramp kon Haïti gelukkig rekenen op extra sympathie en vrijgevigheid, in aanvulling op de vaste geldstroom van trouwe donateurs. Die bijkomende fondsen droogden intussen op. Andere drama’s eisten de aandacht op, waardoor in het buitenland een psychologische afstand met onze eilandstaat groeide. De economische crisis in Europa en de VS gooide verder roet in het eten.

Licht in duisternis
Toch houd ik geen klaagzang. De dankbaarheid overheerst voor al wie ons wel steunt langs ons buitenlandse netwerk. Duizenden medemensen uit Europa of de VS blijven onzichtbaar maar brengen mee licht in donkere tijden voor Haïti. Dankzij hun bijdragen ontsnappen kinderen aan een leven op straat in chaotische buurten zonder elektriciteit of water. Auto’s met slechte remmen rijden daar geregeld op voorbijgangers in. Vaak breekt er geweld los na manifestaties. Nauwelijks een op de vijf burgers heeft betaald werk maar die ‘gelukkigen’ vallen dan nog soms ten prooi aan dieven die hen na een tip van bankbediendes beroven op de payday. Een tijd terug is een weduwe overvallen die ik bezocht om mijn medeleven uit te drukken. Haar agressors vermoedden dat ik haar geld had geschonken. Dat was niet het geval, maar toch sloegen ze haar bont en blauw. Haar fysieke en psychologische blessures aanschouwen, viel me erg zwaar. De ergste wreedheden zijn evenwel het werk van bendes. In zeldzame gevallen onthoofden die hun tegenstanders en verbranden ze het lichaam om er vervolgens nog op te stampen. Dergelijke wandaden zijn ontdaan van alle menselijkheid. Gelukkig blijken die feiten uitzonderlijk en is Haïti vooral een fenomenaal land. Zo toont de bevolking zich uiterst dankbaar en vormen haar waarden een enorme rijkdom. Ze leven van hoop en belichamen wondermooi de menselijke veerkracht. Een vergelijkbare aardbeving in Europa zou aanleiding geven tot een suïcidegolf. Het Westen is door comfort minder bestand tegen tegenslagen. Een Haïtiaan vecht verbeten terug wanneer het tegenzit.

Twijg ontbloeit
Ik ben constant in de weer om kindersterfte tegen te gaan. De vele uitvaarten waarin ik voorga, tonen evenwel dat we soms een ongelijke strijd voeren. Toch houd ik moed, dankzij mijn geloof. Ik voel en merk in de kleinste details of meest praktische handelingen hoe God aan het werk blijkt. Daarbij stelt Hij me nooit teleur. Ook vind ik inspiratie in het Bijbelvers ‘een tak ontspruit aan de stronk van Isaï, een twijg ontbloeit aan zijn wortels’ (Jesaja 11,1). Een fragment waaruit de christelijke hoop op leven voorbij dood en verderf spreekt. Los van het eigenlijke paasmysterie geloof ik dat iedereen in staat is mee te werken aan een nieuw bestaan en een vernieuwde samenleving. In Haïti bloeien alvast overal frisse, jonge twijgen.”

 

“Elk behoeftig kind beschouw ik als familie”

Rick Frechette (1953) beleeft zijn jeugdjaren binnen een kroostrijk gezin in de Amerikaanse staat Connecticut, voor hij bij de passionisten een tweede thuis vindt. Intussen voelt hij zich het meest onder de zijnen op Haïti. Binnen die eilandstaat heeft hij de nationale tak van Onze Kleine Weeskinderen onder de internationaal gangbare naam Nuestros Pequeňos Hermanos (onze broertjes en zusjes, nvdr) uit het niets opgebouwd. Om ook in hun medische noden te voorzien, studeert hij als veertiger geneeskunde. Met deze extra bagage biedt de national director vele duizenden jonge zielen onderdak, medische zorg, scholing en… één grote familie. “Onze organisatie werkt overigens niet mee aan adoptie”, preciseert de geestelijke annex geneesheer. “Omdat het jonge doelpubliek meestal broers en zussen heeft, lijkt het verkieselijk hen samen op te voeden. Zo raakt hun familie een generatie later ‘hersteld’, wanneer ze ooms en tantes zijn van elkaars kinderen. In andere gevallen gooien adoptieouders uiteraard een prima reddingboei bij thuisloze kinderen.”

Kinderloze “papa”
Het familiegevoel binnen de organisatie dat tijdens het interview duidelijk in de Brusselse lokalen heerst, blijkt eveneens uit de bijnaam waarmee Haïtianen Frechette bedenken. “Velen noemen me ‘papa’”, getuigt hij. “Soms speelt daarbij enige vleierij en volgt enkele dagen later een verzoek. Maar ten minste even vaak geeft deze warme eretitel aan hoe patiënten en gelovigen bescherming vinden bij mij. Of ik mij als kinderloze Amerikaan echt vader voel van Haïtiaanse weeskinderen? Zeker. Het is een misvatting dat een priester geen warme familiale banden onderhoudt. Elke medemens en met name kinderen die behoeftig zijn, reken ik tot mijn familie”. (JD)

Meer info: www.weeskinderen.be, tel.: 02/721.64.61 of via mail info@nphbelgium.org

Lees ook deze artikels...

Uw Tertio account

Log in op jouw Tertio account en lees meteen uw Tertio digitaal

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig uw abonnement op onze website.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!

Sluiten

Tertio nieuwsbrief

Interessant artikel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van al onze nieuwste bijdragen, evenementen en aanbiedingen.