Pieter Lisaert, De gelijkenis van de wijze en dwaze maagden (1620), Prado. © Wikimedia
Rode oortjes
Als ik bij zulke passages kom, voel ik mij altijd een beetje betrapt. Want terwijl ik met de mond wijsheid belijd, loenst mijn innerlijke oog richting de verlokkelijke stem die fluistert: “Kom, laten we dronken worden van de liefde, laten we genieten van het minnespel tot in de morgen.” (7, 18) Meewarig en betweterig schudt mijn ratio het hoofd: “Zonder na te denken loopt hij achter haar aan, zoals een os die naar de slachtbank gaat, zoals een dwaas die voor straf geketend is.” (7, 22) Er lijken twee personen in mij te huizen – dat is al zo sinds mijn seksualiteit ontwaakte. En ik ben ze beiden, zodat ik kan gluren en me schamen tegelijk. Ooit wist ik me daardoor met rode oortjes geen houding te geven bij de dansvoorstelling waaraan mijn eerste liefje zo enthousiast had gewerkt.
Verder lezen?
Log in op uw Tertio account en lees meteen verder
Nog geen account? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!
Lees ook...
“Dit is geen gewone kantoorjob”
Mens worden



