Tegelijkertijd steeg het aantal Belgen met een tweede woning naar 900.000. Voor het individu is dat een interessante belegging, ondersteund door een uiterst mild fiscaal regime. Voor de samenleving als geheel leidt dit echter tot een “verstening” van kapitaal. Dat geld vloeit niet naar innovatie of de reële economie, maar drijft de vastgoedprijzen op. Zo ontstaan onoverbrugbare barrières voor starters, zoals De Standaard onlangs aantoonde.
Voeg daar de verruiming van de flexijobs en de lastenverlagingen bij, en je krijgt een sociale zekerheid die miljarden aan inkomsten misloopt.
Singapore
Tegen deze achtergrond wekt het recente boekje van Bart De Wever, Over Welvaart, verbazing. De premier profileert zich als een voorstander van het Rijnlandmodel, maar zijn discours is de facto neoliberaal.
Zijn premisse is simpel: welvaartscreatie via economische groei is de basis van alles, en daar mogen we niet te veel beperkingen op leggen. Terwijl hij een te ruimhartige sociale zekerheid hekelt en de vloer aanveegt met de vakbonden, spaart hij — net als Georges-Louis Bouchez – met vage argumenten de grote vermogens.
De Wever waarschuwt dat de welvaartsstaat zonder zijn recepten zal instorten en haalt daarbij het half-dictatoriale Singapore aan als lichtende oplossing. Dat is op zijn zachtst gezegd een ongelukkige referentie voor een Europese democratie die gestoeld is op sociale dialoog.
Het goede leven
De recepten van De Wever dreigen de inkomsten van onze sociale zekerheid verder uit te hollen. Natuurlijk is dat systeem niet perfect en is er ruimte voor efficiëntiewinst, maar de sociale zekerheid is meer dan een boekhoudkundige post; ze is de belichaming van onze gedeelde waarden.
Aristoteles zag politiek als de hoogste praktische kunst om “het goede leven” te realiseren voor alle burgers. De centrale vraag zou dus moeten zijn: hoe varen we wel?
“Zetten we in op louter economische groei die vooral richting kapitaal stroomt, of zoeken we samen naar het gemeenschappelijk belang in de gegeven omstandigheden?”
Zetten we in op louter economische groei die vooral richting kapitaal stroomt, in de naïeve verwachting dat er ooit iets zal “doorsijpelen” – het zogenaamde trickle-down-effect? Of zoeken we samen naar het gemeenschappelijk belang in de gegeven omstandigheden?
Sociaal pact
In 1944 kwam het legendarische Sociaal Pact tot stand. Net als De Wever wilden de auteurs ervan welvaart creëren, toen op de puinhopen van crisis van de jaren dertig en Tweede Wereldoorlog.
Zij kozen echter niet voor polarisatie, maar voor overleg tussen werkgevers en vakbonden. Zo ontstond een uniek model van paritair beheer, dat uitgroeide tot de ruggengraat van onze maatschappelijke stabiliteit.
Ook de pioniers van de Europese eenmaking zagen subsidiariteit en solidariteit — kernbegrippen uit de katholieke sociale leer — als fundamenten voor een rechtvaardige samenleving. Zij legden mee de basis van het Rijnlandmodel.
Staatsmanschap
Het misprijzen van De Wever voor vakbonden en middenveld staat haaks op deze waarden. Tegelijk zullen ook de vakbonden bereid moeten zijn om oude dogma’s in vraag te stellen — een evolutie die onder meer bij de christelijke vakbond al zichtbaar is.
Een nieuw sociaal pact veronderstelt een open gesprek over de uitdagingen van vandaag. Hoe vinden we opnieuw een vorm van gemeenschapsdenken die het doorgeschoten individualisme overstijgt? Hoe creëren we een evenwicht tussen solidariteit en zelfredzaamheid?
Als De Wever zo’n sociaal pact zou kunnen faciliteren, zou dat getuigen van écht staatsmanschap.
Meer opinies van
Johan Van der Vloet
Zingeving voor gen Z
Kantelpunt
Wijs
Inloggen
Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig uw abonnement.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement.
