“Dat je tegen de verwachtingen in ervoor uitkomt dat je gelovig bent, is lovenswaardig”, meent filosofe Martha Claeys. © Anne Lucassen

“Trots en schaamte zijn twee zijden van dezelfde medaille”
Trots heeft in christelijke kringen een kwalijke reputatie. Toch mogen we die emotie niet te snel afschrijven, meent Martha Claeys die er een zeer lezenswaardig en toegankelijk boek over schreef. Voor minderheidsgroepen kan trots de sleutel tot sociale rechtvaardigheid zijn en zelfliefde zorgt ervoor dat we onszelf aanvaarden zoals we zijn. “Mijn boek is een tegenwicht voor een negatieve beoordeling van trots”, meent de filosofe.

Toen Martha Claeys aan haar doctoraatsproject over trots begon, was dat vanuit het idee die emotie met redelijke argumenten af te schrijven. “Ik had een moeilijke relatie tot trots en beschouwde hem als een emotie voor mensen die zichzelf te belangrijk vinden.” Trots liet zich evenwel niet zo eenvoudig wegzetten. Telkens wanneer de filosofe trots via de voordeur buitenzette, kwam hij langs de achterdeur weer binnen. “Ik zag trots ook bij protestbewegingen waar ik achter sta, zoals de gaypride. Er groeide al snel een intuïtie dat volledige afwijzing niet zou standhouden.” In de geschiedenis van de filosofie zag Claeys die dubbelheid ook aan het werk: “Bij de Grieken was trots een deugd: de goede mens weet wat hij waard is en is daar terecht trots op. In het christendom werd hij de grootste zonde. Ook in de moderne tijd gaat die discussie verder. Filosofen hebben daar nooit een consensus over bereikt.” Claeys analyseert in haar boek haarfijn en met oog voor nuance de vele lagen van trots en presenteert er een gebalanceerd oordeel over.

Over de waarde van emoties is veel gedebatteerd in de filosofie. Wat is uw bevinding?
“Lange tijd werd emotie gezien als iets wat gebannen moet worden uit het publieke leven waar de rede heerst. Dat zie je al bij Plato. In de Phaedrus stelt hij de rede voor als een paardenmenner die het paard van de driften en dat van de emoties in het gareel houdt. Dat emoties de rede in de weg staan, is heel diep geworteld. Ook in ons dagelijks leven zie je dat. We zeggen vaak: beheers je, doe niet zo emotioneel. We excuseren ons voor emoties. De afgelopen jaren stellen steeds meer filosofen die geringschatting in vraag. Martha Nussbaum bijvoorbeeld meent dat in emoties altijd een oordeel over de werkelijkheid zit. Als je boos bent, dan ben je van mening dat er onrecht heeft plaatsgevonden. Daarachter zitten een wereldbeeld en overtuigingen over wat onrecht is. En net zoals een overtuiging verkeerd kan zijn, kan een emotie misplaatst zijn. Emoties vallen niet buiten de redelijkheid, ze zijn een extra middel om de wereld te interpreteren. Ze zeggen iets over de waarden die we koesteren en over de blik waarmee we naar de wereld kijken. Vanuit dat kader heb ik trots onderzocht.”

Vanwaar komt het wantrouwen tegen trots?
“Trots helt vaak over naar hoogmoed of naar gevoelens van superioriteit. Mensen die te trots zijn, voelen zich beter dan anderen of hopen zelfs op hun mislukking. Trots kan ook voor jezelf in de weg zitten. Je durft bepaalde keuzes niet te herzien omdat je te trots bent om toe te geven dat je fout was. Het kan ervoor zorgen dat we niet kwetsbaar durven te zijn. Nationalistische trots kan leiden tot uitsluiting van anderen. Trots heeft vaak het effect dat je anderen niet meer ziet, maar dat hoeft niet zo te zijn.” 

Wat is de rol van de ander en van de samenleving in ons gevoel van trots?
“We kunnen niet zonder ‘de ogen van de ander’ en dat is niet altijd slecht. Door rekening te houden met anderen, zien we ook onze ethische verantwoordelijkheid tegenover hen. Kritiek van anderen kan ons extra informatie geven over hoe we overkomen. We moeten dat niet volledig afschudden. Het oordeel van anderen is evenwel niet altijd zaligmakend. Er zijn een heleboel schadelijke maatschappelijke normen, zoals schoonheidsnormen of het belang van statussymbolen. De sleutel is om een evenwicht te zoeken tussen niet volledig de blik van de ander weg te wuiven – want anders zet je jezelf buiten de morele samenleving – en kritisch te zijn voor de normen die de ander aan je opdringt.”

Waarom wordt hoogmoed in het christendom als hoofdzonde gezien?
“Paus Gregorius de Grote (ca. 540-604, nvdr) stelde de zeven hoofdzonden op. Helemaal bovenaan de lijst prijkt hoogmoed, omdat je je dan boven God plaatst. Volgens Gregorius openen die gevoelens van superioriteit de poorten naar alle andere zonden. Interessant is dat de christelijke verhouding tot trots niet eenduidig is. Zelfliefde, die er dicht bij aanleunt, is in de christelijke moraal ook belangrijk: hou van je naaste als van jezelf. Dat gaat in de eerste plaats over liefde voor anderen, maar daar zit ook het idee in dat je tegenover jezelf een liefdevolle houding moet hebben. Iedere mens is even waardevol en verdient evenveel liefde. Augustinus ziet zelfliefde helemaal niet als een zonde, zolang die niet leidt tot gevoelens van superioriteit.”

Hoe beoordeelt u het tegenovergestelde van trots, bescheidenheid?
“Ik zie die twee niet zozeer als tegengestelden. Je kan innerlijk trots zijn, maar je daar bescheiden over uiten. Je hoeft tegenover anderen niet uit te pakken met je trots. Bescheidenheid heeft meer met een houding naar buiten te maken. Een andere emotie die vaak als het tegendeel van trots wordt genoemd, is schaamte. Dat vind ik interessant, want volgens mij vormen ze twee zijden van dezelfde medaille. Als je gevoelig bent voor trots, ben je dat waarschijnlijk ook voor schaamte. Als je je schaamt, is dat omdat je het belangrijk vindt wat mensen van je denken. Beide emoties veronderstellen sterk ontwikkelde voelsprieten voor wat je omgeving van je denkt. Iemand die zich nooit schaamt, is waarschijnlijk nooit trots. Die kan het niet schelen wat anderen van hem denken.”

U ziet ook positieve kanten aan trots. Hoezo?
“Mijn boek is een tegenwicht voor een negatieve beoordeling, maar ik benadruk ook dat trots de mist in kan gaan. Ik maak een onderscheid tussen drie soorten trots: zelfwaardering, zelfrespect en zelfliefde. Bij zelfwaardering gaat het over je prestaties naar waarde schatten. Het risico daarbij is ver doorgedreven competitiviteit en gevoelens van superioriteit. Zelfrespect gaat over de basiserkenning van je menselijkheid en de overtuiging dat je op basis daarvan een gelijkwaardige behandeling verdient. Dat gaat gepaard met empowerment en protest, want als je dat respect niet krijgt, mag je ervoor opkomen. Daar situeert zich de trots van allerhande maatschappelijke groepen, zoals de vrouwenbeweging of etnische minderheden. Zelfliefde wordt vaak vergeten in de literatuur over trots. Het gaat over de tijd en aandacht nemen om liefdevol naar jezelf te kijken. Ik wens zelfliefde trouwens niet alleen aan minderheden toe, maar ook aan mensen in machtsposities. Aandachtig naar jezelf kijken is deel van wat er moet gebeuren om privileges te erkennen. Ik denk dat de zelfingenomen houding van machthebbers vaak niet voortkomt uit een overvloed, maar net een gebrek aan zelfliefde. Emotioneel zelfonderzoek is essentieel om jezelf naar waarde te schatten.”

Wat is het verschil tussen nationalistische trots en die van onderdrukte groepen zoals vrouwen of LGBTQ+?
“Bij die laatsten gaat het om trots die gestoeld is op het idee dat je dezelfde rechten hebt als anderen en dat je die ook mag claimen, wat vaak naar boven komt bij een schending of miskenning van die rechten. Miskenning zit ook duidelijk in de retoriek van nationale trots, waar ook een idee leeft dat delen van die identiteit niet naar buiten mogen komen. Mijn vraag is dan: klopt het dat de Vlaamse identiteit bijvoorbeeld miskend wordt? En wat houdt Vlaamse trots in? Die trots wordt ingekleurd als teruggaan naar een ‘oud Vlaanderen’ dat we verloren zijn. Ik ben niet contra Vlaamse trots. Die kan verbindend zijn als het over iedereen in Vlaanderen gaat en als ze ook de donkere pagina’s in onze geschiedenis erkent. Het discours dat Vlamingen miskend worden, klopt niet als je het aan de realiteit toetst. Er is geen discriminatie zoals bij vrouwen, etnische minderheden of LGBTQ+. Cijfers over discriminatie, over de toegang tot de arbeids- en huizenmarkt tonen dat zwart op wit. Als je nagaat wie in Vlaanderen machtsposities bekleedt, dan kan je niet spreken van achterstelling van witte Vlamingen.”

“Het verschil met vroeger is dat we van een groep die lang in een machtspositie heeft gezeten, nu verantwoording vragen. We vragen hun kritisch naar zichzelf te kijken. Vaak wordt dat geïnterpreteerd als een aanmaning tot schuld en schaamte. Volgens mij is dat een defensieve reactie op een vraag die niet oproept tot schaamte, maar tot verantwoordelijkheid. Een rode draad in mijn boek is dat trots nuttig kan zijn wanneer die voor meer gelijkheid zorgt. Maar er zijn ook mensen die op straat komen vanuit een soort ‘tegentrots’, zoals de White Pride of de Proud Boys. In een maatschappij waar minderheidsgroepen meer ruimte beginnen te krijgen, moet plots rekening worden gehouden met groepen die vroeger geen stem hadden en daar reageert de meerderheid op.”

U hebt sympathie voor woke. Waarom wordt er zo heftig op die beweging gereageerd?
“Er heerst angst voor het nieuwe en voor het overschrijden van de stereotiepe hokjes. En tegelijk wordt er vaak over aanhangers van woke gezegd dat ze te gevoelig zijn. Het zijn ‘snowflakes’, die geen kritiek aankunnen. Emoties worden gezien als een teken van zwakte. Het doel is om zo robuust mogelijk te zijn, vooral niet overgevoelig te reageren. Waarom zouden we niet in een samenleving mogen leven waar je geraakt mag zijn en het erg mag vinden als iemand je beledigt? Ik denk dat het fout is dat we aanleren dat we altijd maar tegen een stootje moeten kunnen. Niet alleen mensen langs de woke kant, maar ook de witte man voelt zich gekwetst.”

Het recente debat over de kinderboeken van Roald Dahl ging over de gevoelige reacties op woorden zoals ‘dik’ of ‘lelijk’. Hoe kijkt u daarnaar?
“Dat vind ik twee verschillende discussies. ‘Dik’ draagt geen waardeoordeel in zich. Net zoals iemand bruin haar kan hebben, kan iemand dik of dun zijn. Achter ‘lelijk’ zit wel een waardeoordeel. Dahls boeken worden gelezen door kinderen die weinig context meekrijgen en daar zelf niet altijd kritisch over kunnen nadenken. Je geeft een wereldbeeld mee waarin je lelijkheid koppelt aan slechtheid. In die context is het legitiem na te denken over taal. Ik was het eens met sommige aanpassingen, maar totaal oneens met andere, zoals dat belerende zinnetje over de pruiken. Maar in het algemeen denk ik dat taal belangrijk en beladen is vanwege de geschiedenissen waarmee ze verbonden is. Denk maar aan het n-woord.”

Gelovigen hebben vaak enige schroom om zich te uiten als christen. Hoe komt dat?
“Er kleven veel vooroordelen aan het christendom, die waarschijnlijk niet opgaan voor iedere christen. Maar mensen die geen ruimte krijgen, kunnen met trots hun identiteit opeisen. Ook voor christenen geldt dat en kan fierheid op zijn plaats zijn. Dat je tegen de verwachtingen in ervoor uitkomt dat je gelovig bent, is lovenswaardig. Het is prima om daar fier op te zijn. Zolang je met die trots anderen niet uitsluit en geen oordeel velt over hun levenskeuzes. Ook christenen mogen een evenwaardige plek innemen in de maatschappij.”

Hoe staat u tegenover geloof?
“Ik ben atheïst. Wat voor mij het dichtst bij het goddelijke komt, is het goede. Maar dat zit in de wereld en in de natuur. Misschien ben ik een soort animist. Voor mij zit er waarde in alles dat leeft. We hebben verantwoordelijkheden tegenover elkaar, als mens, maar ook tegenover de dieren en de planeet. Het welzijn van de planeet is verbonden aan ons welzijn. Het christendom als historisch gegeven kent zwarte bladzijden en daar sta ik kritisch tegenover. Ik denk dat veel christenen dat sentiment met mij delen. Maar ik heb alle respect voor mensen die gelovig zijn.”

U maakt een filosofische podcast, Kluwen. Waarom vindt u publieksfilosofie zo belangrijk?
“Filosofie boeit mij pas als er iets op het spel staat. Elk thema dat ik aansnijd, moet een voet in de maatschappij hebben. Anders zou ik niet aan filosofie doen. Er gebeurt veel onderzoek aan de universiteit waar mensen thuis ook iets aan hebben. Universiteiten krijgen geld van de overheid en dus vind ik dat het onze verantwoordelijkheid is om die vertaalslag te maken. Net zoals kankeronderzoek kan ook filosofie een dienstverlening zijn aan de maatschappij. Filosofen moeten mensen verder helpen om hun gedachten te ontwikkelen. Het is geen stoffig domein; vaak gaat het over concrete thema’s. Filosofen kunnen helderheid brengen in maatschappelijke debatten. Daarnaast benadrukt filosofie het belang van een stapje terugzetten. We zijn vaak gejaagd: alles moet nut hebben en meteen opgelost zijn. Filosofie geeft mensen de ruimte om veronderstellingen in vraag te stellen. Met de podcast willen we de ‘hersenspier’ van de luisteraars trainen en hen aan zelfonderzoek laten doen.”

Is filosofie dan zelfhulp?
“Neen. Zelfhulp is individualistisch, terwijl filosofie ook gaat over verantwoordelijkheid nemen in de samenleving. Het kan zijn dat mijn boek je inzicht in jezelf geeft, maar het doel is ook om beter met anderen te kunnen samenleven. Ik wil ook niet denigrerend doen over zelfhulp. Heel wat interessant werk wordt weggezet als ‘zelfhulp’, wat opnieuw verband houdt met het neerkijken op emotie. Vaak wordt filosofie weggezet als iets frivools of als een luxe, iets wat je kan doen als je veel tijd hebt – wat historisch ook zo was: voornamelijk rijke mannen met grote Griekse tuinen konden filosoferen omdat ze er de tijd en het geld voor hadden. Vrouwen hadden er geen tijd voor, want die moesten de was en de plas doen. Maar het zou zo niet moeten zijn. Filosofie kan heel fundamenteel zijn. Je hebt er niet veel voor nodig, een prikkelende vraag volstaat.”

Waar bent u zelf trots op?
“Mijn beleving van trots is door dit onderzoek veranderd. Ik probeer trotser te zijn en mijn eigen onzekerheid tegen te gaan. Ik kan met fierheid terugkijken op mijn traject als onderzoeker. Ik ben expert op gebied van trots en durf dat ook te zeggen. Veel vrouwen hebben de neiging hun kennis te onderschatten en ik wil dat volmondig niet doen. Maatschappelijk gezien ben ik fier op wat de vrouwenbeweging doet. Ik vind het belangrijk om te evalueren hoe ik in de wereld sta: waar moet ik misschien een stapje terugzetten en waar mag ik meer ruimte innemen? Trots zijn blijft een voortdurende opdracht.” 

Martha Claeys, Trots. De filosofie van een emotie, Boom, Amsterdam, 2023, 221 blz. Bestellen kan via www.kerknet.be – Klik op shop.

Bio

Martha Claeys (1994) is doctor in de filosofie. Ze maakte haar doctoraat over trots aan de Universiteit van Antwerpen bij het Centrum voor Ethiek en het Centrum voor Europese Filosofie. Naast verscheidene academische publicaties schreef ze ook bijdragen voor Knack, De Morgen en De Standaard. Met Lotte Spreeuwenberg maakt ze de filosofische podcast Kluwen waarin ze nadenken over de knopen van het leven. Hiervoor ontvingen ze de KVAB Jaarprijs voor Wetenschapscommunicatie. 

Boeiend artikel? Deel het dan met je vrienden via:

Lees ook deze artikels...

Uw Tertio account

Log in op uw Tertio account en lees meteen uw Tertio digitaal

Nog geen abonnee? Koop makkelijk en veilig uw abonnement op onze website.
Enkel digitaal lezen? Neem een digitaal abonnement en lees meteen verder.
Of maak een Tertio proefaccount aan en lees 1 maand gratis online!

Sluiten

Tertio nieuwsbrief

Interessant artikel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf zo op de hoogte van al onze nieuwste bijdragen, evenementen en aanbiedingen.